Steun aan cultuur in Afrika, Latijns Amerika en Azië is niet voorbehouden aan overheden. Wereldwijd opereren omvangrijke private fondsen met een eigen cultuurbeleid. De strategieën zijn minder beïnvloed door politieke overwegingen, maar vloeien voort uit maatschappelijk verantwoord ondernemen of filantropisch idealisme. Deel zeven.

Yehudi Menuhin Foundation

december 2007 -

"Elk mens heeft de eeuwige plicht om wat hard en wreed is te veranderen in een precieus en teder geschenk, wat ruw is in verfijning, wat lelijk is in schoonheid, ignorantie in kennis, confrontatie in samenwerking." Die woorden van de wereldberoemde violist Yehudi Menuhin vatten de drijfveer samen van de filantropische stichting die hij in 1991 in Brussel oprichtte. De Internationale Yehudi Menuhin Foundation (IYMF), die inmiddels dertien nationale afdelingen in Europa, Brazilië en Israël heeft, wil met haar culturele programma's "een stem geven aan de stemlozen".

Yehudi Menuhin stond zelf al op zevenjarige leeftijd op het podium met het San Francisco Symphony orkest in de Verenigde Staten, waar hij werd geboren uit joods-Russische ouders. Een opzienbarend detail uit zijn carrière was dat Menuhin als eerste joodse musicus in 1947 in Duitsland een 'verzoeningsconcert' gaf met dirigent Wilhelm Furtwängler, die voor het nazi-regime had gewerkt. Andere mijlpalen waren de oprichting van een muziekschool voor kinderen – de Yehudi Menuhin School – in Engeland, en een conservatorium in Zwitserland. In beide landen verkreeg hij het staatsburgerschap. Menuhin overleed in 1999 in Berlijn.

De programma's van de IYMF richtten zich vooral op Europa. Zo wil het Assembly of Cultures of Europe (ACE), opgericht in 1997, een platform zijn voor culturele minderheden zoals de Roma en Armeniërs. Het MUS-E programma organiseert sinds 1994 kunstonderwijs en creatieve workshops voor kinderen in 350 Europese basisscholen, en brengt daarnaast kunstenaars bijeen in Art Laboratories.

Het programma van IYMF dat over Europa's grenzen reikt bestaat uit concerten die gevestigde en beginnende musici uit verschillende landen samen op het podium brengen. Tijdens zijn eerste bezoek aan India in 1952 raakte Menuhin in de ban van Indiase muziek, en vooral van het werk van Ravi Shankar. De innige band met India – Menuhin kreeg bijvoorbeeld in 1960 de Nehru Vredesprijs van de Indiase regering – mondde onder meer uit in de concertenreeks From the sitar to the guitar in 1995. In 1997 volgde Voices of peace met vrouwelijke musici onder wie Miriam Makeba, Luzmila Carpio en Esperanza Fernandez.