De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel zeven van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Zuid-Afrika (2005)

augustus 2005 -

Het cultuurbeleid van het 'nieuwe' Zuid-Afrika moest na de apartheid vooral democratisch zijn. De Arts and Culture Task Group zette in november 1994 een grootscheeps consultatieproces met de bevolking in gang. Iedereen kon schriftelijk of via hoorzittingen en een nationale conferentie op het ontwerpbeleid reageren. De uitkomsten daarvan zijn vervlochten in het cultuurbeleid uit 1996, dat op drie pijlers is gebaseerd: de erkenning van alle culturen, het behoud van het culturele erfgoed en de ontwikkeling van de kunstensector.

De culturele infrastructuur, die blanke kunstenaars en liefhebbers bevoorrechtte, ging op de schop. De apartheidinstituten zijn vrijwel direct na de omwentelingen opgeheven, zoals de Foundation for the Creative Arts, of omgevormd, zoals de provinciale Performing Arts Councils. De in 1997 opgerichte National Arts Council, die niet alleen als adviesraad van de regering fungeert maar ook als fonds voor de kunsten, balanceert tussen het rechttrekken van de historische ongelijkheid en het versterken van de nationale identiteit van de 'regenboognatie'.

Na de apartheid stond landen van over de hele wereld in de rij om culturele verdragen met Zuid-Afrika te sluiten. Met Zweden zette Zuid-Afrika een cultuurfonds op. Ook de omvangrijke samenwerkingsprojecten met Vlaanderen leidden tot een gestage groei van het budget voor de Zuid-Afrikaanse kunsten. Daarnaast kent Zuid-Afrika verschillende fondsen waaraan het bedrijfsleven bijdraagt, zoals Business & Arts South Africa (BASA) en de Arts and Culture Trust.

De beleidsveranderingen sijpelen echter maar langzaam door naar de kunstensector, klaagde Itumeleng Mosala, de directeur-generaal van het ministerie van Cultuur eind vorig jaar. De kunstwereld gaat volgens hem nog steeds gebukt onder racisme en buitensluiting. Zwarte kunstenaars kampen met een enorme achterstand; het zijn vooral hun blanke collega's die naam maken.